Vermogen Nederlanders stijgt met 6000 euro

2019-02-19T01:47:12+01:00Tags: , , |

Onze vermogens groeien enorm. In 2017 had een gemiddeld huishouden 28.300 euro, dat is ruim 6000 euro meer dan in het jaar ervoor. Deze stijging komt vooral doordat huizen meer waard zijn geworden. „Die stijgende lijn zet voorlopig nog wel even door.”

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft de cijfers over vermogens van Nederlandse huishoudens. Het vermogen is de waarde van het eigen huis plus geld op de bank, het belang in bedrijven, aandelen en onroerend goed. Daarvan worden schulden als de hypotheek en studieschuld afgetrokken.

Het vermogen van huishoudens zit weer flink in de lift, maar is nog lang niet op het niveau van 2008. Toen had een gemiddeld huishouden 40.000 euro.

Doordat huizen steeds duurder worden, verwacht CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen dat de vermogens blijven doorgroeien. „Maar het is natuurlijk wel een papieren werkelijkheid. Als de huizenprijzen weer dalen, kan het vermogen zo weer verdampen.”

Niet daadwerkelijk rijker

Als de waarde van het eigen huis niet wordt meegenomen, blijft het vermogen door de jaren heen redelijk gelijk. In 2017 was dat 14.100 euro.

Ongeveer zes op de tien huishoudens heeft een koophuis. Dat huizenkopers sinds een paar jaar maximaal 100 procent van de woningwaarde kunnen lenen en moeten aflossen als zij gebruik willen maken van hypotheekrenteaftrek, zal ervoor zorgen dat zij meer vermogen opbouwen.

De cijfers zijn overigens licht vertekend omdat het CBS bij spaar- en beleggingshypotheken het gespaarde deel niet meeneemt als vermogen. Deze hypotheek wordt volledig als schuld gezien.

Daarentegen worden de studieschuld ieder jaar hoger. In 2017 was deze schuld gemiddeld 8100 euro, zevenhonderd euro meer dan het jaar ervoor. Dat komt onder andere door het leenstelsel. Studenten krijgen sinds 2015 geen basisbeurs meer.

Rijken

Een klein aantal huishoudens heeft een erg groot vermogen. Daarom rekent het CBS niet met het gemiddelde, maar kijkt het naar de mediaan. De helft van de huishoudens heeft meer dan 28.300 euro, de andere helft minder.

Vermogen is erg ongelijk verdeeld: de rijkste tien procent van de huishoudens heeft twee derde van het vermogen. Bij hen bestaat dit vaker uit bedrijfsvermogen en aandelen, vertelt Van Mulligen. „Het eigen huis maakt daar maar 30 procent van het vermogen uit.”

Drie op de tien huishoudens hebben een negatief vermogen: zij hebben meer schulden dan bezittingen. Dat zijn vooral jongeren. Van huishoudens waarbij de hoofdkostwinner nog geen 25 is, heeft meer dan 40 procent een negatief vermogen.

Bron: De Telegraaf