Gewoon erin schuiven en gaan, of moet alles op een vaste plek? Is voorspoelen nodig? En waar horen de glazen? Het inruimen van vaatwassers veroorzaakt heel wat discussies. Wat is de gouden methode, en waarom heeft iedereen daar andere ideeën over?

Bestaat er wel zoiets als een ideale inruim- en afwasstrategie? Jazeker, om te beginnen is voorspoelen níét de bedoeling. “Ernstiger vervuilde serviesstukken moet je afvegen, maar niet schoonspoelen.”

Schoonspoelen kan er zelfs voor zorgen dat de vaatwasser langer nodig heeft “De vaatwasmachine meet de vervuiling in het water. Bij voorgespoelde borden denkt de machine dat hij langer nodig heeft om de borden schoon te krijgen.”

Want als er geen viezigheid van de borden komt, denkt de vaatwasser dat er nog restjes zijn aangekoekt en gaat hij langer poetsen. Alleen de echt grote resten moet je dus van je bord vegen. “Sommige consumenten gebruiken de afwasmachine als een soort kliko. Dat is ook niet de bedoeling.”

Bestek met de punt omhoog

Tijd voor het volgende twistpunt: het bestekbakje. Daarin kan de greep het beste onderin geplaatst worden. “Dan staat het bestek als een waaier en kan water er makkelijker langs stromen.” Messen met een scherpe punt vormen een mogelijke uitzondering; voor de veiligheid mogen die ook andersom, met de punt naar beneden.

Verder is het verstandig om glaswerk alleen in de bovenste lade te plaatsen. “Onderin is voor glaswerk iets nadeliger. Daar is de sproeidruk groter, om borden beter te reinigen. Glas kan onderin tegen elkaar gaan schuiven, waardoor schade ontstaat.”

Heeft elk stuk servies dan een vaste plek? De gebruiker moet er vooral voor zorgen dat de machine zijn werk goed kan doen. “Borden en glazen moet je zo plaatsen dat de sproeiarmen vrij kunnen draaien en dat er overal water bij kan.”

Dan zal de vaat in de meeste gevallen prima schoon worden, ook als de indeling volgens jou niet ideaal is. Blijft de boel daardoor langer vies, dan draait de vaatwasser gewoon wat extra rondjes, en komt de vaat er dus toch schoon uit.

Macht over de vaat

Toch leveren vaatwassers in de meeste huishoudens geregeld gedoe op. Hoe komt dat? “Er zitten wel praktische kanten aan, maar de technische problemen zijn in principe oplosbaar”, vertelt filosoof Jan Vorstenbosch van de Universiteit Utrecht. Hij onderzoekt de invloed van techniek op het dagelijks leven.

“Waar het om draait is: wie doet het het best?” Daarover verstaan verschillende inzichten, afhankelijk van ieders karakter. De een verwacht een perfecte orde in de machine, anderen zien liever een lichte chaos.

Maar daarachter zit nog iets groters, denkt Vorstenbosch. Het voelt als een overwinning als de eigen methode wint. “Het is een subtiel machtsspel. Inruimen kun je niet met z’n tweeën doen. Als je de taak hebt uitbesteed, dan denk je toch: dat zou ik beter kunnen.”

Conflict doet goed

Daarbij zijn man-vrouwverschillen vermoedelijk ook van belang. “Volgens mij speelt mee dat de man denkt: ik ben beter met techniek”, zegt Vorstenbosch.

Maar vrouwen zijn over het algemeen meer bedreven in het inruimen van kasten en het inrichten van het huis. Juist dat soort ruimtelijk inzicht helpt bij een vaatwasser, verwacht de filosoof. “Ik denk dat vrouwen gemiddeld beter zullen scoren dan mannen.” Genoeg redenen om te steggelen wie gelijk heeft.

Het goede nieuws: met dat oeverloze gekibbel is volgens Vorstenbosch weinig mis. “Je moet ook ruzie kunnen maken in een relatie.” Juist kleinigheden als vaatwassers zijn daar uitermate geschikt voor. “Er is weinig beter voor een relatie dan lachen om hoe futiel het eigenlijk is.”

Bron: Nu